Dag 18
van Obid tot Vác
Gisteren was de voormiddag alsnog te warm bevonden. Dus staat de wekker vandaag nog een uurtje vroeger. We zijn voor de zonsopkomst reeds aan het inpakken. We zetten de laatste kilometers van Slowakije in en stoppen voor een lobbig koffietje in Chl’aba, het laatste Slowaaks dorp voor de grens. We rijden ook nog langs een Slowaaks wijndomein met reclame voor een bezoek en proeverij. Daar hebben we nog wel zin in om dit land in schoonheid af te sluiten. Maar natuurlijk is dat om 8u nog niet open, maar in ons hoofd was het al zo goed als middag.
Dan maar de grens over. D’akujem Slowakije! Szia Magyarország! Hallo Hongarije! Welle direct terug stoppen in Szob voor een lekkere koffie om de vorige te vergeten. Hier merken we al meteen een opgewekte vriendelijkheid. Wat in de eerste 5 kilometers ook al opvalt, is de ongelooflijk duidelijke bewegwijzering en prima fietspaden. Hopelijk is dit een voorbode voor de rest van Hongie.
Gezappige intocht langs mooie fietspaden met strandbarretjes aan de rand van de Duna. Te middag in Nagymaros eten we een gegrild viske als lunch uitgehaald bij een étterem. Erna nog wat verder richting Verőce, waar we besluiten dat we de hitte niet langer de baas kunnen en ons dus op strand leggen. Dutten en lezen dan maar, dikkement verdiend. Het is liggen op hoog niveau, want aan de overkant van de Duna zien we prachtige groene heuvels en de Salamon Tower.
Wanneer het terug fietsbare tempies zijn, gaan we wederom op pad. Maar al na luttele kilometers passeren we een schattig zomerbarretje en voelen we het. Het blijkt ons dus toch nog net wat te warm om te trappen. Even een huisgemaakte hervertrek limonade en we kunnen toch nog door, richting Vác.
Ten avond wordt er een stevig onweer voorspelt. Wij zien er stiekem naar uit. Heel de dag hebben we langs ideale, rustige kampatieplekjes gefietst, maar nu we een plek zoeken, komen we terecht in de fancy voorwijken van Vác, volgebouwd met sjieke omheinde buitenhuisjes. Bij valavond, met een onheilspellende donkere lucht in aantocht, blijkt een slaapspot zoeken nog een opdracht te worden. Eerst een heuvel op waar we een schitterende panorma geserveerd krijgen, maar een tent pitchen is er niet mogelijk. We wagen onze kans aan de voet van de heuvel, terug aan de Duna, sluipen we een wandelweggeltje in richting moerassig overstromingsgebied. Niet ideaal,maar ondertussen is het donker en nog niet aan het regenen, dus besluiten we dat dit het gaat worden. Terwijl we de muggen van ons afslaan, zetten we gauw de tent op. Dan wandelen we nog een eindje verder door het moeras tot aan de oever van de rivier voor een zwem-was-moment en smosje met uitzicht op de nachtelijke boten. We zoeken onze tent terug in het donker, duiken er net op tijd in voor de eerste buien. Tijdens het opsteken van de felle rukwinden beseffen we dat we tussen wel heel krakende bomen staan. Het wordt dus wat bezorgd in het knarretje vallen terwijl we naar het gekraak luisteren.